Winkelwonder van 17.500 m2 in Assen

WANDEL & HANDEL

Winkels hebben het zwaar, warenhuizen hangen in veel landen met één hand aan de dakgoot. Het concept Department store is eind negentiende eeuw vanuit de VS overgewaaid naar onder andere Groot-Brittannië en Nederland. Inmiddels is Debenhams failliet, gaat John Lewis 10.000 appartementen onderbrengen in haar panden en verhuurt Saks Fifth Avenue verdiepingen als flexkantoren aan WeWork. 

Selfridges, samen met De Bijenkorf te koop gezet door de eigenaar, de Canadese familie Weston, sluit een aantal winkels en zoekt naarstig naar uitbreiding van het aanbod. Zo kun je in de hoofdvestiging in Londen je huwelijk, compleet met receptie, diner en feestavond houden en koop je er nu ook tweedehands kleding. Bij ons zijn de littekens met V&D en Hudson’s Bay nog vers.

Een aantal weken terug was ik in de Bijenkorf. Niet de Amsterdamse maar die in Amstelveen. Ik had een cadeaubon te besteden, een mooie invulling van een regenachtige zondag.

De winkel in het Amstelveense Stadshart heeft bij lange na niet het niveau van die op de Dam. Het is een vestiging met een vraagteken. Zal de komende eigenaar hem open houden? Het lijkt me niet, daarvoor is het verschil met de parel van de Nederlandse retail een paar tramhaltes verderop te groot.

Maar toch, het is nog steeds een Bijenkorf en in vergelijking met de hoofdvestiging spaar je een lunch (2x) uit aan parkeerkosten.

Ik was altijd fan van De Bijenkorf. Tot de dag dat de aanbiedingen eerst in het Russisch en daarna in het Chinees uit de speakers kwamen. Het productaanbod ontwikkelde zich in lijn daarmee. Mooi, glimmend, stralend, blinkend en dus vooral kostbaar. Van een winkel boven het niveau van V&D werd het een museum voor internationale toeristen. Maar dan wel een met een hele grote shop.

Na een uur dwalen had ik geconcludeerd dat de kleding niet zo bijzonder was, dat de cappuccino-kopjes die ik wilde hebben niet in de vaatwasser mogen, dat er geen Moleskine-agenda 2022 te koop was en dat de afdeling gadgets was gedecimeerd. Toen bekroop mij de gedachte dat ik de cadeaubon maar moest inruilen voor een boek. Ware het niet dat de boekenafdeling in Amstelveen inmiddels is gereduceerd tot een paar koffietafels met bijpassende koffietafelboeken.

Het werd uiteindelijk een trui die je elders voor een paar tientjes minder kunt bemachtigen.

Ik ben, denk ik, dus geen Bijenkorf-fan meer. De heren in zwarte kostuums met een uiteraard glimmende ‘V’ op hun revers dragen ook niet bij aan het gevoel van een gezellig middagje winkelen.

Ik snap wel dat de jonge erfgenamen van Galen Weston hun warenhuisformules te koop hebben gezet. De jonge generatie heeft wel wat beters te doen dan winkeldinosaurussen voeden.

Interessant is dat er toch weer ondernemers opstaan die het de moeite waard vinden het concept van warenhuis een eigentijdse invulling te geven. Maar met het inruimen van een of twee etages in een warenhuispand red je het niet. 

Magazijn 1181 nam vorig jaar in Amstelveen twee verdiepingen in gebruik in het pand dat door Hudson’s Bay werd ontruimd. In Leiden proberen dezelfde initiatiefnemers hetzelfde, eveneens in het pand dat werd gebruikt door de Canadese retailer. En ook hier hingen daarvoor de letters V&D aan de gevel.

Is dit nu een warenhuis? Welnee, een huis met waren maakt nog geen warenhuis. Het is niet anders dan een outlet winkel van een aantal kledingmerken. Niet vreemd gezien de achtergrond van de twee initiatiefnemers. Zij runnen winkels in de outletcentra van Lelystad en Roermond.

Een jaar na de opening zijn de heren overigens al aan hun tweede winkelformule toe. In het pand in Amstelveen worden op de eerste verdieping onder de naam The Vintage Department tweedehands kleding en meubels verkocht.

Begin september was ik in de winkel in Leiden. U kunt zich een ritje naar de universiteitsstad besparen. Ook hier zijn kledingrekken met outlet spullen en tweedehands jurken en broeken naar binnen gereden. Het enige dat nieuw is aan het interieur zijn de hekken rond de stilstaande roltrappen – de overige verdiepingen worden niet gebruikt – en een aantal kleurrijke ornamenten waar de kunstenaar bezig was een paar finale penseelstreken aan toe te voegen. 

De winkel voldoet aan de groeiende vraag naar tweedehands, vintage en second hand. En hier en daar zelfs nog wat brocante. Maar welke term ook gebruikt wordt om publiek naar binnen te lokken, beide winkels lijken precies op de eilanden waarop Expeditie Robinson is opgenomen: ze zijn even ongezellig en kaal en er is niets te eten of te drinken.

In het pand aan de Oudegracht in Utrecht waar tot vorig jaar boekhandel Broese en de bibliotheek samenwoonden en daarvoor ook V&D een vestiging had, is deze zomer Green Up geopend, dat zichzelf omschrijft als duurzaam warenhuis. Ook hier geldt: twee verdiepingen vullen met spullen maakt nog geen warenhuis. Nu heeft Green Up een grote verscheidenheid aan productgroepen en artikelen. De producten worden gepresenteerd door ondernemers die aan duurzaamheid doen. Van serviezen tot stofzuigers en van wijn tot wasmiddel, ze hebben allemaal iets groens. En zelfs aan horeca is gedacht.

Het interieur is met smaak afgewerkt en nodigt uit tot dwalen. Jammer is dat Green Up op deze plek een leven van slechts tweeënhalf jaar is gegund want daarna ondergaat het pand een ingrijpende renovatie. Daarmee is het toch een soort van pop-up winkel. Een tijdelijke invulling maar op een hoger niveau dan de eerder genoemde pogingen in Amstelveen en Leiden. 

Wie dus denkt dat het traditionele warenhuis in de definitie van Van Dale – grote winkel waar zeer verschillende artikelen worden verkocht – in het grafkelder van Hudson’s Bay is bijgezet, kan ik een dagje Assen aanbevelen. Hartje centrum staat daar een groot pand met de naam Vanderveen. Het voldoet volledig aan de definities van het concept warenhuis: een breed assortiment in hetzelfde pand over meerdere verdiepingen. Het is een bedevaart waard. 

Is Vanderveen iets nieuws? Niet echt. Het viert 1 mei 2022 zijn 125ste (honderdvijfentwintigste) verjaardag. En het is al 125 jaar volledig in handen van de familie Vanderveen. 

Het verhaal is in 1897 begonnen met een manufacturenwinkel; door voortdurend aanpalende panden te kopen en het assortiment uit te breiden is het nu op een na  grootste warenhuis in Nederland: 17.500 vierkante meter over vijf verdiepingen. Alleen de Amsterdamse Bijenkorf is groter.

Er zijn vijf productgroepen: mode, vrije tijd, horeca, wonen en dienstverlening. Een auto kun je er geloof ik niet kopen maar van pleisters tot elektrische fiets, de slaagkans is groot. En de klant komt nooit alleen te staan. Zo heeft de Hubo in het pand ook een eigen montagedienst voor als de aanschaf van een boormachine niet voldoende is om de klus te klaren. 

Op iedere etage is er ruime gelegenheid voor eten en drinken; de bovenste (vijfde) etage is ingeruimd voor kunst en ontmoeting. Dit is de plek voor wisselende tentoonstellingen en bijeenkomsten, zonder corona-perikelen zo’n 90 tot 100 per jaar.

Wat een bezoek aan Vanderveen tot een beleving maakt is dat iedere productgroep veel aandacht en ruimte krijgt. Het assortiment gaat niet alleen in de breedte maar ook in de diepte. Zoals het Versplein waar je bijzondere kazen en olies vindt. Of neem de grote muziekafdeling met een uitgebreide collectie cd’s en langspeelplaten. Ja, zelfs de luistercabines ontbreken hier niet. Want de klanten van Vanderveen komen uit heel het land om bijzondere cd-uitgaven en langspeelplaten te scoren. En de vestiging van Bruna heeft hier een uitgebreide boekenafdeling.

In totaal zijn er 60 shops-in-de-shop. Iedere twee maanden wordt een shop vernieuwd zodat de winkel voortdurend in beweging is en verrassend blijft. Ook aan het vastgoed wordt regelmatig gesleuteld. Zo is vlak voor de eeuwwisseling nog een ingrijpende verbouwing afgerond. Naar een ontwerp van architect Herman Hertzberger is de zijde aan het Koopmansplein voorzien van een uitbouw en een glazen pui. 

De kracht van het warenhuis is dat het zich presenteert als Warenhuis Vanderveen, niet als een verzameling winkeltjes die wat vierkante meters huren. De promotie doet zij onder andere met veel happenings en publieksevenementen zoals het jaarlijkse Vanderveen op Stelten, een driedaags festival met live optredens, demonstraties, workshops, proeverijen, modeshows, signeersessies en winacties. Alles is erop gericht de naam Vanderveen in het geheugen te metselen van iedereen in Assen en wijde omgeving.

Drie aspecten vallen op. In de eerste plaats het uiterst vriendelijke personeel. Hier werken geen mensen die je tot een aankoop dwingen (‘U zoekt een gele jurk met bloemetjes? Nee, die heb ik niet maar wel een groene broek met stippeltjes. Die zal u ook heel leuk staan’) maar luisteren naar de klant en meedenken in een antwoord op zijn en haar vraag.

In de tweede plaats heeft Vanderveen het trackrecord van 125 jaar opgebouwd te midden van stevige concurrentie: het wordt inmiddels omringd door drie winkelcentra (waarvan er een nagenoeg leeg staat) en een levendige binnenstad. 

In de derde plaats is het warenhuis volgens directeur Nico Vanderveen winstgevend. Ook Corona en de winkelsluitingen hebben het voortbestaan niet in gevaar gebracht. Vanderveen: ‘Sterker nog, onze resultaten in de afgelopen maanden zijn nog nooit zo goed geweest.’ 

Niet vreemd dat de vierde generatie Vanderveen inmiddels in het bedrijf is aangetreden.

Voor Vastgoedmarkt heb ik een artikel geschreven op basis van een interview met Nico Vanderveen. Zie de Provada Special 2021.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s