Als een klok of carillon
een mens kon zijn,
dan heette hij Simon Laudy
Een versie van dit artikel werd gepubliceerd in het zomernummer van Luid & Duidelijk, het blad van het Utrechts Klokkenluiders Gilde UKG
Simon Laudy is een bijzondere ambachtsman. Als klokkengieter heeft hij al een uniek beroep maar alles wat nodig is om een klok of carillon uiteindelijk te laten klinken maakt hij in zijn eigen werkplaats. Alleen de arrangementen voor een automatisch spelend carillon verzint hij op een andere plek, aan de keukentafel. Maar waar haalt hij een opvolger vandaan?
Tijd dus. Tijd is een raar fenomeen. Je staat er niet bij stil, hooguit met Oud & Nieuw. Maar verder? De seconden, minuten, uren en dagen komen en gaan, zoals zomers en winters steeds opnieuw de wereld anders kleuren.
Maar hier, in deze woonkamer, is er geen ontkomen aan. Je hoort de tijd hier tikken, ratelen, puffen en kuchen. En (letterlijk) op gezette tijden sprankelen. Ieder kwartier, ieder halfuur, ieder uur.
We zitten in de woonkamer van Simon Laudy, klokkengieter te Finsterwolde. Om ons heen klokken, staand, hangend, en zelfs een huiskamercarillon. 19 klokjes, zelf gegoten en vervaardigd uiteraard.
Laudy ziet eruit zoals we hem van foto’s en YouTube-filmpjes kennen. Zelfde korte kapsel, zelfde jack, zelfde grijze broek, zelfde zilverkleurige ketting met grove schakels, zelfde witte t-shirt. En handen waaraan je kunt zien dat ze honderden jaren geschiedenis vasthouden en bewerken. Aan die handen kun je aflezen wat er gedaan moet worden voordat het geluid van klokken of een carillon over dorpen en steden klinkt. Het is vijlen en lassen, schaven en beitelen, gieten en stoken. Allerlei metalen, houtsoorten en vooral brons gaan door die handen heen.
DRUKPERS OP ZOLDER
Laudy werkt in het heden, bewerkt eeuwenoud verleden en maakt het klaar voor een toekomst van misschien wel honderden jaren.
Alleen zijn naam al, die suggereert een eeuwenoud geslacht van klokkengieters. Zoals bij de familie Eijsbouts. Maar nee, het is Simon Laudy zelf die de eerste Laudy-klok heeft gegoten. Geen gieterij die hij van zijn vader en grootvader voortzet. Hoewel het ambachtelijke wel in zijn genen terecht is gekomen via vader Maurice Laudy.
Niet omdat deze zijn brood verdiende als leraar Nederlands, eerst in Haarlem, later op het Fons Vitae College in Amsterdam. Wel omdat hij als hobby typografie en het drukken van bibliofiele uitgaven had. Hij had in 1951 een boekdrukpers aangeschaft.
Toen hij met zijn vrouw Diet van Dullemen in Utrecht ging wonen, kreeg de pers een plek op zolder.
Het ambachtelijke heeft vader Laudy toch in meer of mindere mate aan zijn vier zonen en dochter kunnen meegeven. De meeste bibliofiele trekjes komen we waarschijnlijk bij Simon’s broer Andreas tegen. Hij woont als monnik in een klooster en werkt daar als boekbinder. Broer Thomas beoefent kalligrafie als vak en zijn handschrift is terug te vinden op allerlei soorten documenten als trouwaktes en diploma’s.
Bij de oudste broer van Simon Laudy, Maarten, is de geur van inkt en boeken minder op te snuiven maar het maken van maquettes en industriële modellen voor kunststofgieterijen is ook zeer ambachtelijk te noemen.
Zus Elvira werkt op de universiteitsbibliotheek in Utrecht en heeft ook boekbinden als hobby.
RETOURTJE SALZWEDEL
Als we Simon Laudy spreken is hij net terug uit Salzwedel, een stad in het oosten van Duitsland. Daar heeft hij een klok gegoten voor een op te richten museum dat de herinnering in leven moet houden aan de verschillende klokkengieterfamilies die in de 17e eeuw in deze regio actief waren. Geen van hen heeft deze eeuw gehaald. Vandaar dat een klokkengieter uit Nederland, als in het voetspoor van Van Wou, de eer is gegund de klok te maken en gieten. Laudy goot reeds vele klokken voor Duitse steden.
De voorbereidingen, zoals het berekenen van de klok (400 kilo, toonhoogte H) en het maken van de vorm, zijn de week ervoor in Finsterwolde gedaan maar het gieten vond plaats in Salzwedel. Met twee bestelbusjes plus aanhangers was het voor de gelegenheid tot zes man uitgebreide team van Laudy de vrijdag ervoor ernaartoe gereden. Daar werd de oven opgebouwd uit de meegebrachte chamotte stenen, de gietvorm in elkaar gezet en het in broodjes meegebracht brons (78% koper, 20% tin, 2% niet te traceren materiaal zoals vuil) gesmolten. Uiteindelijk vloeide om tien uur zaterdagavond met een temperatuur van ruim 1100 graden de ‘Glockenspeise’ (Schiller, Lied von der Glocke) in de mal. De volgende ochtend werd het gestolde en afgekoelde brons bevrijd van de dikke laag meegebakken kwartszand en kon Simon Laudy met meetapparatuur en stemvork vaststellen dat de klok de juiste toon had gekregen.
GIETEN OP LOCATIE
Laudy werkt graag op locatie. Hij trekt een keer of vier, vijf per jaar, met zijn mobiele gieterij Nederland en de Duitstalige gebieden in. Hij vindt dit betere PR en marketing dan bijvoorbeeld het hebben van een website. Daar staat al weken, misschien al maanden of jaren, als enige mededeling ‘In voorbereiding’ te lezen met telefoonnummer en mailadres.
‘Een klok gieten op locatie trekt altijd veel belangstelling en het is voor de opdrachtgever en de kerkelijke gemeente mooi erbij te kunnen zijn”, zegt Laudy. Maar vooral vindt hij het ook een leuke en spannende afwisseling in alle werkzaamheden die hij voor het gieten van klokken en het vervaardigen en onderhouden van carillons zoal doet.
ACHTER DE DOM 26
Simon Laudy is met het geluid van klokken opgegroeid. ‘Wij woonden Achter de Dom, op nummer 26, in Utrecht. Dus ieder kwartier liet de Dom van zich horen. Ik vond dat machtig mooi. Later ging ik naar de protestantse school aan het Domplein en zat ik de hele dag te staren naar de Domtoren en alles wat daar tijdens de restauratie in 1973 gebeurde.
Het gieten van die klokken, dat leek de jonge Simon wel wat. Zijn eerste contact met het ambacht was toen hij als scholier vakantiewerk deed bij Koninklijke Klokkengieterij Eijsbouts in Asten.
‘Ik vond het een interessant beroep en heb daar na mijn middelbareschooltijd een baan gevonden. Eijsbouts is een groot bedrijf en het maken van klokken gebeurt daar veel meer als een industrieel proces. Dus de ene medewerker was met dit onderdeel bezig, de ander deed weer wat anders. En dat iedere dag. Je kon nooit eens een klok maken vanaf ontwerp tot en met de ophanging en de eerste slag van de klepel. Dat was voor mij niet bevredigend. Daarom ben ik na een jaar weggegaan.’
KLOKKENMUSEUM IN HEILIGERLEE
Laudy nam vervolgens een baan bij de Universiteit van Utrecht. ‘Tot ik hoorde dat in Heiligerlee in 1987 een klokkenmuseum geopend zou worden. Dat zou gebeuren op het terrein waar tot dan de klokkengieterij van de familie Van Bergen was gevestigd. Het bedrijf kon het niet bolwerken en de gemeente maakte mogelijk dat het gieterijgebouw dat uit 1862 stamt, behouden kon blijven en de rest van het terrein gesaneerd werd.’
‘Ik ben toen in het museum begonnen met het gieten van klokken. Er was maar een kleine oven waar klokjes tot 30 kilo konden worden gegoten. Ik wilde me daarom richten op het maken van carillons. Ik was nog maar net bezig toen een juwelier een compleet carillon bestelde. De vraag werd daarna al snel zo groot dat ik besloot mijn eigen gieterij op te zetten, de Klokken- en Kunstgieterij Reiderland in Finsterwolde. Er waren ooit twee klokkengieterijen in het noorden van het land. Ik wilde die traditie voortzetten.’
NAAR DE TIJD VAN DICKENS
Laudy vond een plek aan de Hoofdweg in Finsterwolde. Een paar jaar terug kon hij ook het bijbehorende woonhuis kopen en sindsdien woont hij naast zijn gieterij.
Of beter gezegd: werkplaatsen. Als je door de keukendeur het terrein oploopt, kom je eerst in de schuur waar hij de benodigde metalen bewerkt. Je bevindt je ineens in een smidse uit de tijd van Dickens. Werkbanken tegen twee muren, een soort potkachel, en overal aan wanden en op de grond machines en gereedschappen om allerlei soorten metaal en staal te bewerken. Want Laudy onderhoudt niet alleen klokken en carillons, hij maakt onder andere ook de constructies en de beugels waaraan ze komen te hangen, de vormkasten voor het gieten, de belettering van de klokken, de mechanieken en de wijzerplaten en wijzers.
Je loopt de werkplaats uit en ziet halverwege het terrein een grote loods. Dit is de eigenlijke gieterij. Hier zijn de verschillende smeltovens, worden de bronzen broden gesmolten en de klokken gegoten, van kleine carillonklokken tot grote luidklokken.
Achter de grote gietkuil, biedt een volgende deur toegang tot de achterliggende werkplaats. Hier ruikt het naar hout en lijm, staan zaagmachines en hangen schaven, beitels, hamers, vijlen en houten mallen en loop je door het zaagsel. Hier maakt hij onder andere de stokken voor de klavieren van beiaarden.
DUIZEND JAAR
‘Ik doe nu werkelijk van alles en dat vind ik het mooiste. Veel hout- en metaalbewerking, ik hang de klokken op, maar ik bedenk ook melodieën voor carillons en maak arrangementen. Dat brengt me overal in de wereld. Veel carillons en luidklokken werken elektrisch zodat alles automatisch gaat, dat verzorg ik ook. Dus ik doe alles, tot en met het schrijven van de facturen.’
En Laudy gaat verder: ‘Misschien wel het mooiste is dat je met je handen iets maakt dat voor een heel lange tijd, wie weet misschien wel duizend jaar, meegaat.’
VEEL REPARATIE EN ONDERHOUD
Laudy heeft twee mensen in vaste dienst. In reparaties en onderhoud gaat de meeste tijd zitten. Daarnaast vormen nieuwbouwprojecten een groot deel van de omzet. Zo treft hij deze zomer de voorbereiding voor het gieten van vijf klokken voor een evangelisch-lutherse kerk in het oosten van Duitsland.
Recent afgeronde opdrachten zijn het carillon van De Rijp (Laudy: ‘Dat was een mooie opdracht, ik mocht een compleet nieuw carillon maken met 44 klokken dat ik helemaal zelf kon ontwerpen, inclusief het speelklavier, en maken en monteren en installeren.’) en de zeven luidklokken voor de kerk in Kampen. Dat project is overigens in meerdere fasen gerealiseerd en daarbij heeft Laudy ook ter plaatse de zwaarste klok gegoten.
Momenteel verkeert hij in de gunstige positie dat hij veel meer werk krijgt aangereikt dan hij aan kan. ‘Het is mooi dat ik de krenten eruit kan halen.’
METEEN IN DE AUTO
Maar het gieten van grote luidklokken vindt Laudy het allermooist. ‘En het aan de gang houden van klokken en uurwerken brengt me overal.’
Het betekent voor Duitse opdrachtgevers dat er ook veel elektrotechnisch werk te doen is. ‘In Duitsland gaan bijna alle klokken elektrisch. In Utrecht en enkele andere plaatsen in het land, zoals hier in het noorden, worden klokken gelukkig nog met de hand geluid. Maar bijna overal worden carillons en luidklokken met een soort computer gestuurd. Hoewel, het is niet zozeer een computer die het werk doet, maar een wat meer geavanceerde tijdschakelaar’, relativeert Laudy.
Klokkengieters in Duitsland werken ook heel anders, aldus Laudy. Daar krijgen meestal elektrotechnische bedrijven de opdracht om een klok te regelen. Die zoeken een gieterij en weer een ander bedrijf voor de ophanging en een derde doet de montage. ‘Wat mijn Duitse opdrachtgevers bijzonder vinden is dat als ze mij bellen, ze meteen de directeur aan de lijn hebben. Ik kom praten, maak de klok, doe de ophanging, en regel de factuur. Ze hebben met mij voor alle fasen rechtstreeks contact. Dat betekent overigens ook dat als ze op zondag bellen omdat de klok of het carillon het niet doet, ik ook meteen in de auto spring om te kijken of ik het weer aan de praat kan krijgen.’
OPVOLGING WORDT LASTIG
Laudy is nu 61. Hoe gaat het verder met het bedrijf als hij het werk moet stoppen?
‘Tsja, dat is wel een punt van zorg. Jongeren hebben geen gevoel meer voor een ambacht, die willen een baan en als ze elders met ander werk honderd euro meer kunnen verdienen zijn ze weg. Ze zijn geen vieze handen meer gewend, ze willen niet tot soms in de nacht een klok gieten of een uurwerk repareren, in regen en kou.’
Maar Laudy heeft wel iemand in gedachten van wie hij hoopt dat hij het bedrijf wil voortzetten.
HECHTE BAND
De band met Utrecht en het UKG is hecht. Opgegroeid in de stad, pal achter de Dom,
ging hij toen al regelmatig de toren in, samen met Sjoerd van Geuns en Dick van Dijk. ‘We smeedden toen een verbond: Sjoerd zou zich gaan verdiepen in de kennis over klokken, Dick zou beiaardier worden en ik klokkengieter. En zo is het inderdaad gelopen’, verhaalt Laudy.
‘We begonnen als een stel enthousiaste kwajongens en luidden onder toezicht van een opzichter van de gemeente. Toen die met pensioen ging moest er een andere organisatievorm worden bedacht. Dat werd het UKG. Met Ton Kroon, nu erelid, hebben we het Gilde opgericht. Ton is de man geweest die het organisatorisch uit de grond heeft getrokken.’
De Utrechtse torens en hun klokken gaan hem aan het hart. Laudy: ‘Ik heb, denk ik, in alle torens van de gemeente wel iets gedaan. Ik heb bijvoorbeeld op de Jacobi gewerkt, onderhoud gedaan aan de Geertekerk en de Buurtkerk, op het Domplein heb ik nog de nieuwe jeugdklokken voor de Buurtoren gegoten en ook in Blauwkapel en Oud-Amelisweerd heb ik gewerkt.’
Deze zomer is Simon Laudy veelvuldig te vinden in de Majellakerk aan de Vleutenseweg. Daar neemt hij het carillon onder handen.
UURWERK EN WIJZERPLATEN VAN DE DOMTOREN
Hij is extra trots op de opdracht om de wijzerplaten van de Dom te renoveren en weer toekomstbestendig te maken. ‘Die liggen momenteel op de gemeentewerf. Ik moet eerst de toren in om de bevestigingspunten na te meten. Her en der zijn bij de restauratie stenen vervangen en ik moet weten of de afstand van de bouten tot de straks te bevestigen wijzerplaten nog exact dezelfde is. Cijfers en wijzers worden opnieuw verguld en erkomt nieuwe verlichting. Op 15 november moet alles klaar staan voor transport naar het Domplein en daarna zullen ze door een enorme kraan omhoog worden getakeld en aan de toren gemonteerd.’ Wanneer hij dat doet is volgens Laudy nog niet bekend. Dat zal afhangen van het tempo waarin de toren uit de steigers komt.
‘Utrecht is mijn geboortestad. Ik vind het een eer het uurwerk te mogen doen waar ik vanaf de schoolbanken altijd tegenaan heb gekeken.’