Braziliaanse teakhoutplantages

Door Erik de Boer

Gepubliceerd in Locus, wintereditie 2018

In het kantoor van Maasstede is de blik ook op Brazilië gericht. Letterlijk.Op zijn laptop of telefoon heeft Rob Nederlof een rechtstreekse verbinding met Sao Jose dos Quatro Marcos in de staat Mato Grosso. Verschillende camera’s houden de plantage perfect in beeld. 

Sinds 1996 is Maasstede ook actief in Brazilië. Nederlof: ‘Een vriend zei tegen me: je moet eens kijken naar Braziliaans graniet. Brazilië heeft prachtig graniet, dat doorgaans goedkoper is dan wat uit Italië komt. Zo zijn we in Brazilië uitgekomen.’ Maasstede heeft veel Braziliaans graniet geïmporteerd en in een aantal vastgoedprojecten verwerkt. 
Via de contacten die hij in Brazilië had opgedaan is hem vervolgens ook gevraagd te investeren in landbouw, vertelt Nederlof. Hij kocht toen 60.000 hectare in de staat Piauí. Nederlof: ‘Je praat over een oppervlak groter dan het totale grondgebied van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bij elkaar. Daarvan hebben we eerst 13.000 hectare gecultiveerd met soja, maïs en rijst. Deze plantage hebben we na een periode van tien jaar goed kunnen verkopen.’

Juiste regio met de juiste grondsoort
Vier jaar nadat hij met de landbouw in Brazilië was begonnen, ontstond het idee om ook te investeren in een teakhoutplantage. ‘We hebben toen percelen gekocht in de staat Mato Grosso, want daar vonden we de meest geschikte ondergrond voor de boomsoort die we wilden hebben, de Tectona Grandis.’
Belangrijk voor het planten van teak is het vinden van precies de juiste grondsoort in een gebied met het juiste klimaat en met regenval binnen de gewenste bandbreedte in het natte seizoen. ‘Er zijn maar een beperkt aantal streken in de wereld waar je teakbomen kunt planten om de beste kwaliteit te krijgen. Dat hebben we goed gedaan. Later hebben we er een hoogleraar bij gehaald voor het bosbeheer.’
Maasstede beschikt nu over een plantage van 4500 hectare, waarvan 2200 hectare beplant is met teak. ‘We hebben inmiddels ongeveer 5 miljoen bomen aan teak en oorspronkelijke vegetatie geplant’, zegt Coen Kerkhoven, die bij Maasstede de teakhoutactiviteiten in portefeuille heeft.

Lange adem
Voor teakhout heeft een investeerder een zeer lange adem en veel geduld nodig. Gedurende vele jaren zijn er jaarlijks nieuwe stukken grond beplant met teakbomen. Op die plantages is tussenkap mogelijk na vijf jaar. Bij iedere tussenkap wordt een groot deel van de bomen weggehaald, om zodoende een optimale volume groei in het bos te bewerkstelligen. De stammen worden verwerkt in de eigen houtzagerij, waar nu 40 mensen werken, en verkocht. Met het geld dat dit oplevert is de onderneming nog niet winstgevend. Pas nu, na zo’n 20 jaar, komt de eerste eindkap in zicht. De belangrijkste revenuen komen met de eindkap van de laatste bomen die na alle tussenkappen nog staan. ‘We staan aan de vooravond van de magische cyclus’, aldus Nederlof. Het managen van de onderneming is erop gericht om vanaf de eerste eindkap elk jaar een eindkap te realiseren en een deel van de winst na eindkap te gebruiken voor herplanten. Zodoende ontstaat een in principe eindeloze en winstgevende cyclus van kappen en herplanten.
Nederlof en Kerkhoven opereren in Brazilië onder de naam Soroteca, het bedrijf dat Maasstede in Brazilië heeft opgezet voor deze onderneming. Het bedrijf heeft lokale bedrijfsleiders en voor het opzetten van het bosbeheer is professor Koehler van de katholieke universiteit van Curitiba aangetrokken. Kerkhoven is verantwoordelijk voor de teakhoutactiviteit. Hij vliegt elke twee maanden heen en weer. De lokale markt in Brazilië zelf is een grote afzetmarkt, maar de afgelopen jaren is er ook al veel geëxporteerd naar Europa en Azië, dat veruit grootste afzetmarkt voor het hout is. 

Duurzame productie
Het hout van Soroteca is FSC-gecertificeerd; de bosbouw vindt plaats volgens die strenge internationaal geldende regels van duurzaamheid. Kerkhoven: ‘Tijdens de hausse in teakhoutbeleggingen werd nog geen 10% van het aanbod duurzaam geproduceerd en werden de natuurbossen compleet leeggeroofd. De voorziene stijging in de vraag naar milieuvriendelijk geproduceerd teakhout en het leegraken van de natuurbossen was een belangrijke reden om te investeren in herbebossing met teak. Wij hebben graslanden weer beplant met teak en houden ons daarbij uiteraard aan de strenge milieuregels. Naast het planten van teak brengen we ook natuur terug. Voor nagenoeg elke teakboom hebben we dus ook oorspronkelijke vegetatie geplant. Per hectare zijn we gestart met 1100 teakbomen. Zodoende hebben we al miljoenen bomen geplant, en de daarmee gecreëerde natuurreserve zal blijvend behouden blijven. Het is prachtig om te zien hoe snel vervolgens alle oorspronkelijk flora en fauna weer in het gebied terugkeren. FSC verplicht ons ook om elk jaar alle soorten in kaart te brengen. Daarom weten we dat op onze plantages een uitstekende leefomgeving is ontstaan voor zeldzame en kwetsbare soorten, die je bij een bezoek aan de plantage dan ook zomaar tegen het lijf kunt lopen.’
Lang niet alle plantages in de wereld zijn FSC gecertificeerd. In Indonesië en Birma, twee andere grote producerende landen, is dat nauwelijks het geval.
Nederlof: ‘Het is een waardevolle onderneming. Oorspronkelijke natuur wordt teruggebracht en dankzij de verkoop van teakhoutproducten is er een continue kasstroom.’ Aan verkoop van de activiteit denkt Maasstede niet. Integendeel: het bedrijf probeert andere investeerders te interesseren om de plantage te vermenigvuldigen. ‘We willen naar 25.000 hectare’, zegt Nederlof. ‘Wij hebben de kennis en ervaring in huis om teak rendabel en uiterst duurzaam te produceren. En de wereld vraagt om teak.’

Teakhoutfraude
Vlak na de eeuwwisseling kwam in Nederland teakhout in de mode. Teak had destijds in Nederland een slechte naam. Beleggers werden prachtige rendementen voorgespiegeld, maar de meeste fondsen zijn in rook opgegaan. Er zijn toen verspreid over de wereld veel teakplantages gestart met geld uit Nederland. Kennis van hoe je teak moest verbouwen was er bij die fondsen niet. De meeste teakfondsen van toen waren óf frauduleus óf konden de rendementsprognoses niet waarmaken. De AFM is er toen tegen in actie gekomen. Nederlof: ‘Wij hebben met al deze zaken niets te maken gehad. De teakhoutactiviteiten hebben we van begin af aan zelf opgezet en binnen de eigen organisatie.’
Volgens Nederlof hadden teakhoutfondsen destijds vaak zware beheerorganisaties en gaven ze veel uit aan marketing om beleggers tetrekken. ‘Dus de fees die erin kwamen, gingen niet naar de plantage maar naar de organisatie. Van deze sores hadden wij allemaal geen last. We zijn eigenaar van de grond en hebben geen grote overhead. Al met al is teak de koning van de houtsoorten en het is zeker de moeite waard om erin te investeren. Het vereist wel het nodige geduld, maar met betrouwbare partners en de juiste organisatie is het een goede bijdrage aan de klimaatbeheersing door de CO2-reductie en zal de investering op termijn goede rendementen opleveren.’