Koninklijke Eijsbouts
Klokkengieterij op moderne leest
Een versie van dit artikel werd gepubliceerd in het decembernummer van Luid & Duidelijk, het blad van het Utrechts Klokkenluiders Gilde UKG
Hij leidt sinds 1995 het familiebedrijf dat dit jaar 150 jaar bestaat. Om klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts door goede en mindere tijden te loodsen combineert hij het traditionele ambachtelijke vakmanschap met wetenschappelijke inzichten en toepassingen. ‘Het doen van innovaties was mijn oom Tuur niet vreemd en die geest waart nog steeds rond in het bedrijf.’
Joost Eijsbouts, vierde generatie van het geslacht klokkengieters in Asten, laat zich in woord en gebaar door de passie meevoeren als hem wordt gevraagd naar zijn liefde voor de klok. Dan praat hij niet meer als de ondernemer die een middelgroot mkb-bedrijf leidt maar als kenner, vakman en hartstochtelijk liefhebber in één: ‘Ik heb natuurlijk iets met klokken. Ik ben opgegroeid in een gezin dat, op vakantie in verschillende landen, steevast kerken en kathedralen bezocht. Ouder als ik nu ben vind ik het gelui natuurlijk prachtig, maar wat mij vooral boeit is de betekenis van een klok voor de lokale gemeenschap. Een klok vertolkt de gevoelens van mensen. ‘s Morgens is hij het symbool van verdriet bij een uitvaart en ‘s middags staat hij voor de vreugde bij een huwelijksvoltrekking. En dan heb je het over diezelfde klok met diezelfde klank. Maar het zijn de mensen die er hun gevoel in leggen. Dat vind ik fascinerend en ik ben een gelukkig mens dat ik iedere dag mag ervaren hoe mensen in een klok, en vaak onze klok, hun gevoel leggen.’
Horlogerie Eijsbouts
Klokkengieterij Eijsbouts is dit jaar precies 150 jaar geleden door Bonaventura Eijsbouts gestart. Opgeleid tot horlogemaker richtte hij zich op de grootst denkbare horloges, de torenuurwerken. Zijn zoon Johan breidde het assortiment eind 19e eeuw uit met luidklokken. ‘Johan was meer de koopman. Hij bestelde de klokken op basis van specificaties van de klant bij Britse en Duitse gieterijen’, vertelt Joost Eijsbouts.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een grote inhaalvraag naar luidklokken – vele waren in Duitse smeltovens verdwenen – en nam de zoon van Johan, Tuur, het besluit zelf klokken en carillons te gieten. Tuurs broer Max, de vader van Joost, had inmiddels de zakelijke leiding over het bedrijf. Hij zette vanaf het begin van de jaren zestig de eerste stappen op buitenlandse markten.
Vierde generatie
Joost is min of meer bij toeval aan de leiding van gekomen van het familiebedrijf. Vader Max had altijd gezegd dat hij het zijn kinderen niet kon aandoen in de gieterij te gaan werken want ‘dan zullen ze geen dag zonder zorgen zijn’. Hij wilde dat zij simpelweg gelukkig zouden zijn; in geen enkel opzicht werden zij richting het bedrijf geduwd.
Na zijn studie bedrijfskunde ging Joost aan het werk bij een grote fabrikant van deuren en kozijnen voor de bouw. Na vijf jaar diende zich in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw bij Eijsbouts weer de opvolgingskwestie aan. Voor Joost kwam dat net te vroeg maar hij ging onder de directie van de eerste buitenstaander die naar binnen werd gehaald, Ger Minkman, wel aan de slag bij de gieterij.
Per 1 januari 1995 nam Joost Eijsbouts alle aandelen van het bedrijf over en een jaar later ook de directie: ‘Ik heb het vak van gieten altijd mooi gevonden; de magie van vloeibaar metaal, van brons in het bijzonder, is voor mij fascinerend. Brons is de belichaming van onverzettelijkheid die metaal kan hebben. Brons staat voor duurzaamheid, een klok gaat eeuwen mee. Het meest indrukwekkende is wel dat een klokkengieter het metaal dwingt een bepaalde vorm aan te nemen waarin het eeuwenlang behouden blijft.’
Complex bedrijf
Het aantrekkelijke van een gieterij is in de ogen van Joost Eijsbouts dat het een complex bedrijf is. Qua omvang niet, met 50 medewerkers waarvan de meeste fulltime, valt het onder het kleiner mkb. Maar de onderneming verenigt wel veel disciplines onder hetzelfde dak.
‘Voor de buitenwereld zijn we een ambachtelijk gieterij, maar we zijn veel meer dan dat. We hebben een afdeling elektronica, we bouwen onze eigen software en beschikken over een constructie-afdeling die gespecialiseerd is in complexe installaties. Neem bijvoorbeeld de ophanging van een carillon. Die moet in Nederland aan totaal andere eisen voldoen dan in een land als Japan waar aardbevingsgevoeligheid een belangrijke rol speelt. Dat kunnen we allemaal in eigen huis vervaardigen.’
En hij vervolgt: ‘Hoogwaardige technologie en wetenschappelijke verbindingen zijn natuurlijk voor ons heel essentieel, en ik ben er trots op dat wij hier een team van vakmensen hebben dat met ongekende drive en betrokkenheid alle nieuwe kennis weet om te zetten in onderscheidende toegevoegde waarde. In de generatie voor mij had het bedrijf een aantal mensen die enorm belangrijk zijn geweest voor wie wij vandaag de dag zijn. Maar ik durf met grote stelligheid de bewering aan dat met de huidige generatie niet slechts de kennis van toen is geconsolideerd, maar dat daar nieuwe dimensies aan toegevoegd konden worden. En dat we ook in de voorbije 30 jaar essentiële doorbraken hebben gerealiseerd binnen ons vak.’
Fijnmechanica
Het cement van het bedrijf is in de ogen van Joost Eijsbouts de worteling in de wereld van de fijnmechanica. ‘Ooit is Bonaventura Eijsbouts gestart met het maken van torenuurwerken. Als opgeleid horlogemaker kreeg hij ineens een opdracht voor het maken van een uurwerk voor een kerktoren. Daar kwam de eerste Nederlandse fabriek van torenuurwerken uit voort.’
‘Een torenuurwerk geeft niet alleen de tijd aan maar moet de tijd ook hoorbaar maken via een klok. Zo kwamen later ook luidklokken en carillons op het leveringsprogramma te staan.’ Deze combinatie van specialismen bracht nieuwe opdrachtgevers naar Asten die zagen dat Eijsbouts met zijn specifieke vaardigheden en vakmanschap ‘iets kon toevoegen aan de wereld van klokken en klokkengieten’, aldus Joost Eijsbouts.
‘Een gieterij is een wereld van grote gietvormen, kokend metaal en een eindproduct dat vaak vele duizenden kilo’s weegt. Wij hadden een bedrijfscultuur waarin alles draait om asjes en staafjes en knopjes en snaartjes en waarin wij denken in grammen en een honderdste of duizendste millimeter.’ [Erik, hier worden twee culturen tegenover elkaar gezet. Maar het is niet duidelijk of JE dat positief ziet of als een probleem. Is dat in de tekst op te lossen?]
Toen oom Tuur besloot in Asten te gaan gieten maakte hij al de keuze om rond te kijken in de wereld van industriële gieterijen om te onderzoeken hoe hij op efficiënte wijze een hoogwaardige klok kon fabriceren die zich kon meten aan de eeuwenoude maakrecepturen.
Joost Eijsbouts zegt daarover: ‘Wat Geert van Wou en de gebroeders Hemony honderden jaren geleden voor elkaar hebben gekregen met de toen beschikbare, bescheiden middelen, is ongelooflijk. De gieters hebben toen al het mogelijke gedaan het best denkbare product te maken. Dat doen wij nu ook.’
Hoogwaardige technologie
Joost maakt daarom graag gebruik van hedendaagse kennis en onderzoek. ‘Dit bedrijf is zeer arbeidsintensief en dat kan eigenlijk niet in een hogelonenland als Nederland. Je moet altijd een rechtvaardiging hebben om iets hier te doen en niet in bijvoorbeeld China. Onze rechtvaardiging is dat wij hier de beste vakmensen hebben en dat wij waar mogelijk de vakmanschappelijke kwaliteit van de mensen kunnen ondersteunen met hoogwaardige technologie.’
Bij die technologie gaat het onder andere om computermodellen, ontwikkeld met de TU Eindhoven en nu in eigen huis, die worden ingezet bij het ontwerpen, gieten en stemmen van klokken.
Eijsbouts: ‘Wij hebben dat zeer ingewikkelde proces van ontwerpen en gieten van klokken omgevormd naar een proces waarbij zaken als afmeting en klank van de klok volledig voorspelbaar zijn geworden. Dat is cruciaal als je een klok moet maken in een historische context, bijvoorbeeld als hij wordt gevoegd bij klokken van een paar honderd jaar oud. Je kunt zo’n rijpingsproces van een klok van 300 jaar terug niet herhalen. De veroudering van metaal, de invloed van luchtvervuiling, het ontstaan van spanningen in het brons omdat die honderdduizenden klepelslagen heeft ondergaan, al die effecten kun je niet zomaar in een nieuwe klok stoppen. Maar je kunt het wel heel dicht benaderen.’
Een andere techniek die het bedrijf zich heeft eigengemaakt is het maken van 3D-scans van klokken. ‘Vroeger moest je de fysische parameters en de ornamenten zeer nauwkeurig in kaart brengen’, licht Eijsbouts toe. ‘Dat doen we voor onder andere het documenteren van historische klokken en ten behoeve van restauraties. Iedere klok gaat een keer kapot van vermoeidheid. Dat kan 700 jaar duren, maar het gebeurt. Met onze scanmethode in combinatie met een akoestische analyse kunnen we zien in welke toestand de klok zich bevindt en wat het DNA van de klok is.’
Aantreden
Joost Eijsbouts begon in 1996 bij een bedrijf dat aan de vooravond stond van een generatiewisseling op allerlei gebied. ‘Mijn eerste zorg was het overdragen van de vakkennis die we hebben aan een nieuwe generatie en het daarin te verankeren’, aldus Eijsbouts.
Juist op dat punt was er bij zijn komst sprake van de overgang naar een nieuw tijdperk. De tijd dat nieuwe medewerkers zich in een leerling-meesterrelatie lieten dwingen, kwam ten einde. Jonge mensen willen zich niet meer storten in een jarenlange opleiding maar zo snel mogelijk verantwoordelijkheid dragen.
‘Wij moesten een formule vinden waarin die oude meesters hun kennis wilden overdragen zonder dat ze zich op het achterplan geschoven voelden. Het was een cultuurvraagstuk, de receptuur van de oudere generatie ontfutselen op een manier die zij niet als vijandig zouden ervaren, en dit vertalen en vastleggen in procedures en protocollen. Ik wilde dat nieuwe medewerkers binnen één jaar over 80% van de benodigde vakkennis beschikten.
Misschien is mijn belangrijkste bijdrage aan de bedrijfsvoering wel geweest dat we erin zijn geslaagd zelfs op de meest cruciale posities weer de juiste mensen in stelling te brengen. Als je mij zou vragen waar ik het meest trots op ben binnen ons bedrjf, dan is mijn antwoord ondubbelzinnig: op mijn mensen.’
Conjunctuurgevoelig
Het bedrijf heeft in goede jaren een omzet van ongeveer € 10 miljoen, in magere jaren komt het niet verder dan circa € 7,5 miljoen. De twee eeuwige problemen voor een klokkengieterij zijn uiteraard dat een klok bijna het eeuwige leven heeft en dat hij geen primaire levensbehoefte is. Als de conjunctuur tegenzit merkt de gieterij dat meteen aan de opdrachten en inkomsten.
Eijsbouts: ‘Er is hier een groot spanningsveld. Stel, je hebt een offerte uitgebracht. Meestal komt er dan een fundraising op gang en duurt het pakweg drie jaar voordat het geld bij elkaar is. Dan blijkt dat de prijs van brons of andere kosten fors zijn gestegen en dat leidt weer tot uitstel of soms zelfs afstel.’
Juist de bronsprijs is Eijsbouts het afgelopen decennium niet gunstig gezind geweest. Deze schommelde eerder dit jaat rond € 17 per kilo waar dit zo’n tien jaar terug slechts € 4 was. De prijs is nu wel iets gezakt maar afgelopen november lagen de offertes nog altijd boven € 14 per kilo.
Gelukkig komen er ook wel onverwachte meevallers op zijn bureau die tegenvallende omzetten uit de reguliere verkoopkanalen kunnen dempen. ‘We hebben ook te maken met opdrachtgevers – denk bijvoorbeeld aan een steenrijke Amerikaan die een grote donatie wil doen aan de universiteit waar hij ooit studeerde – die ook in tijden van een tegenvallende wereldeconomie kunnen besluiten om ‘gewoon’ een carillon te schenken.’
Overnames
Als er zich een goede kans voordoet weet de onderneming ook zijn slag te slaan op de overnamemarkt. In 1969 nam Eijsbouts de firma van Johannes Addicks in Amsterdam over.[1] Klokkengieterij Horacantus in het Belgische Lokeren werd ook ingelijfd, evenals Klokkengieterij Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel (2014). ‘Dat was een unieke kans’, vertelt Eijsbouts. ‘De aanwezige kennis van het traditionele gieten, het feit dat er geen opvolging was en dat het bedrijf hier om de hoek gevestigd was, maakte het een overname zonder nieten. Dankzij de geografische nabijheid kon het merendeel van de medewerkers zonder veel problemen de overstap naar Asten maken en waren wij in de gelegenheid qua vakmanschap het beste uit twee werelden samen te voegen in plaats van dat er vakmanschap verloren ging.’
Generatie vijf
Opvolging bij familiebedrijven kan soms uitmonden in verkoop of het staken van de activiteiten. Joost Eijsbouts heeft daarom bewust nagedacht over de toekomst van het familiebedrijf en daarvoor een structuur in het leven geroepen die ruimte biedt aan vrijwel alle denkbare toekomstscenario’s. ‘Mijn dochters – nu nog twintigers – hebben daarbij aangegeven zich zeer verbonden te voelen met het wel en wee van de activiteiten. Ze hebben de medeverantwoordelijkheid op zich genomen het bedrijf met grote zorgvuldigheid door de tijd te loodsen. Welke rol zij daarin persoonlijk zullen spelen in de (dagelijkse) bedrijfsvoering is nog niet duidelijk en dat zal de tijd moeten leren. Ikzelf vond het vooral belangrijk om een zeer essentieel vraagstuk binnen familiebedrijven, namelijk dat van de continuïteit van generatie naar generatie, niet voor me uit te schuiven maar om in alle rust een deugdelijke structuur te creëren die maximaal toekomstbestendig is voor bedrijf en medewerkers.’
[KADER 1]
Klokken van de Dom
Het gieterijbedrijf uit Asten is sinds jaar en dag betrokken bij het onderhoud van het mechanisch uurwerk dat de tijdaanwijzing van de Dom regelt, maar natuurlijk ook bij de Hemony-beiaard die het door de jaren in meerdere etappes gerestaureerd heeft en waaraan ook jaarlijks door de onderneming onderhoud wordt gepleegd.
Eijsbouts: ‘Die beiaard is om tal van redenen uniek en strooit al eeuwenlang zijn fraaie klanken uit over Utrecht. Zowel automatisch spelend middels de fenomenale historische speeltrommel die de Domtoren herbergt, maar bovenal via de handbespelingen door de stadsbeiaardiers door de eeuwen heen. Tegenwoordig is het Malgosia Fiebig die dit fantastische instrument onder haar hoede heeft en veelvuldig bespeelt. Zij heeft daarmee een plek verworven in de roemruchte rij van bespelers van dit unieke instrument door de geschiedenis heen.’
Joost heeft persoonlijk grote bewondering voor de schoonheid van het gelui van de Dom. ‘Die bewondering beperkt zich niet tot mijn eigen appreciatie voor de uitzonderlijke kwaliteiten van de klank van het gelui van de Dom, maar gaat vooral uit naar mijn bewondering voor de mensen die ook die appreciatie delen en een actieve rol willen vervullen in het levend houden van een eeuwenoude traditie: de traditie en de kunst van het met de hand luiden van klokken met als doel om de mooist denkbare klank uit die klokken ten gehore te brengen. Een prachtige traditie die ik zeer op waarde weet te schatten. Het is voor ons een eer ons werk te kunnen laten zien en te laten beluisteren in deze historische context in wat ik de mooiste toren van het land vind en wij voelen grote verbondenheid met de leden van het UKG.’
Komend jaar, van maart tot juli, gaan de mannen van Eijsbouts opnieuw de toren in om werkzaamheden aan de beiaard uit te voeren. Het gaat hierbij om revisie en upgrade van de tractuur van de beiaard door het tuimel-assensysteem te verbeteren; de revisie van het beiaardklavier en de revisie van klepels en het aanpassen van de gewichtsverdeling van de klepelreeks.
Het doel van de operatie is om speelaard en dynamiek van dit instrument verder te verfijnen. ’Uiteraard met als doel de klank van het instrument als geheel naar een nóg hoger niveau te tillen. Een eervolle en tegelijk hoogst verantwoordelijke opdracht die wij als uitdaging graag omarmen’, aldus de algemeen directeur.
[KADER 2]
Traditie
De combinatie die Eijsbouts zoekt tussen het ambacht en nieuwe kennis wordt niet door iedereen omarmd. ‘Natuurlijk kennen we het afkoelgedrag in een gietvorm van leem en kunnen we de curve analyseren. Daar hebben we ook studie van gemaakt, net als van hoe je de impact van een houtgestookte oven kunt imiteren bij een met olie gestookte oven zoals wij die gebruiken.’
En hij gaat verder: ‘Ik snap wel dat er mensen zijn die vinden dat wat Van Wou heeft gedaan niet verbeterd kan worden. Het is ook niet te geloven hoe hij vijf eeuwen geleden die klank heeft kunnen vastleggen in brons. Maar wij proberen bij iedere klok er zo dicht mogelijk bij te komen en ik ben er zeker van dat misschien alleen hele goede kenners met een enorm scherp gehoor een verschil kunnen horen. Ik kan dat in ieder geval niet.’
[KADER 3]
Internationaal
Een bijzonder kenmerk van dit relatief bescheiden mkb-bedrijf is dat het grotendeels internationaal opereert. Eijsbouts kan teams die de competenties hebben ter plekke geheel zelfstandig te werken, naar de verste uithoeken van de wereld sturen.
Een van zijn missies was het ontwikkelen van nieuwe marktstrategieën en het implanteren van protocollen die ten doel hebben de risico’s die het internationaal zakendoen nu eenmaal in zich heeft tot beheersbare proporties te begrenzen.
Verdere internationalisatie was een voorwaarde voor bestendigheid van het bedrijf. De groei moest uit het buitenland komen. ‘Wat dat betreft is de levensduur van een klok voor ons, uit het oogpunt van omzet, rampzalig.’ Gelukkig voor hem worden op andere continenten maar ook in landen in Oost-Europa nog steeds kerken gebouwd. ‘En er komen de laatste jaren ook steeds meer opdrachten voor luidklokken uit Duitsland, een markt die tot voor kort was voorbehouden aan lokale gieterijen maar waar we steeds belangrijker worden.’ Momenteel komt ruim 95 procent van het productievolume in buitenlandse torens te hangen.